Hoe verloopt een kerkdienst?

U bent van harte welkom om onze kerkdiensten bij te wonen. De kerkdiensten op zondag beginnen meestal om 10:00 en 16:00 uur. Voor afwijkende tijden kunt u in het overzicht kijken.

Misschien weet u niet goed wat u van een kerkdienst moet verwachten of hoe een kerkdienst verloopt? Op deze pagina vindt u een uitleg over de liturgie (het programma) van onze kerkdiensten. De zitplaatsen in de kerk zijn vrij en een en dienst duurt ongeveer 1,5 uur.

Links en rechts naast de preekstoel ziet u borden, daarop staan de psalmen en het Bijbelgedeelte aangekondigd.

Begin dienst

Voordat de kerkdienst begint, wordt het orgel bespeeld door één van onze organisten. Hij stopt daarmee zodra de kerkenraad binnenkomt; de dienst kan dan beginnen. De predikant of ouderling die de leesdienst verzorgt, wordt door de ouderling van dienst naar de preekstoel gebracht en de zegen toegewenst.

Als er geen predikant voorgaat, is er leesdienst. Dit betekent dat één van de ouderlingen een preek voorleest.

Stil gebed

Dan is er een moment van stil gebed. Sommige mannen staan onder dit gebed als teken van eerbied aan God, de vrouwen blijven zitten. Om onszelf in het bidden niet te laten afleiden, doen we dit met gesloten ogen en gevouwen handen.

Votum en zegen

Het votum wordt uitgesproken door de predikant. Met het uitspreken van het votum begint de echte kerkdienst. Votum is een Latijns woord. Het betekent “wens of gebed”. In het votum belijden wij dat God ons in de dienst bij elkaar heeft geroepen en bidden wij gemeenschappelijk God om Zijn hulp en ondersteuning.

Na het votum volgt de zegen. Omdat de predikant deze zegengroet uitspreekt als gevolmachtigde van Christus, ontvangen wij als gemeente deze groet ook in de gebedsgestalte: met gesloten ogen en gevouwen handen. De zegengroet wordt beëindigd door het “Amen” van de predikant.

Zingen van de openingspsalm

De predikant of ouderling noemt vervolgens de openingspsalm (of één van de gezangen die in ons Psalmboek achter de psalmen staan). Als in de voorafgaande week een lid van de gemeente is overleden, dan wordt dit eerst afgekondigd en is de keus van de openingspsalm daar op afgestemd.
In onze kerk zingen wij de psalmberijming uit 1773.

Lezen van de Tien Geboden of de Geloofsbelijdenis

Na het zingen wordt door de ouderling van dienst de Tien Geboden (in de morgendienst) of de Apostolische Geloofsbelijdenis (in de middagdienst) gelezen. Na het lezen van de Wet of de Geloofsbelijdenis wordt aansluitend een psalm of gezang gezongen.

Lezen van een gedeelte uit de Bijbel

Vervolgens wordt door de ouderling een gedeelte uit de Bijbel voorgelezen, ook wel schriftlezing genoemd. Vaak is dit het gedeelte waar de predikant vervolgens over zal preken (of waar door de ouderling een preek over voorgelezen zal worden). Het lezen van de Bijbel is één van de belangrijkste gebeurtenissen tijdens de dienst. Als wij een gedeelte uit de Bijbel horen voorlezen is het God die op dat moment direct tot ons spreekt. De Bijbel is immers Zijn woord.

Openbaar gebed

Na het lezen van het Bijbelgedeelte volgt een gezamenlijk gebed. In dit gebed vraagt de predikant of de ouderling onder meer om een zegen over de dienst. In de morgendienst worden eveneens de zorgen van de leden van de gemeente aan God voorgelegd (voorbede) en wordt gedankt voor het goede dat God in de voorgaande periode heeft geschonken (dankzegging). In de middagdienst wordt er vaak gebeden voor onder andere de scholen, de overheden, het koninklijk huis, evangelisatie, zending.

Collectezang

Na het gebed wordt er er gecollecteerd waarna er aansluitend een psalm gezongen wordt. Het collecteren wordt gedaan door de diakenen. Er wordt geld ingezameld voor de diaconie (de hulp aan arme gezinnen en goede doelen) en voor de kerk (het onderhouden van de predikant, de kerkdienst, kerkelijke activiteiten en kosten voor het kerkgebouw). Door de diakenen worden twee collectezakken aangereikt die men in de kerkbank aan elkaar doorgeeft. De eerste collectezak is voor de diaconie en de tweede collectezak is voor de kerk. Eens in de twee weken is er een zogenaamde extra collecte, die bestemd voor een speciaal doel. Deze wordt na afloop van de dienst aan de uitgang gehouden.

Preek

De preek is de uitleg en de toepassing van het gelezen gedeelte uit de Bijbel. In iedere preek zal de predikant een bepaalde tekst uitkiezen als “centrum” van de preek. Hij legt de context van het Bijbelgedeelte uit en werkt de gekozen tekst uit aan de hand van een aantal aandachtspunten. Zowel de eis van Gods Wet als het Evangelie van de genade in Jezus Christus komen in iedere preek aan de orde. De preek wordt altijd afgesloten met het woord ‘Amen’.

De preek beslaat een groot deel van de duur van de kerkdienst. We vinden de uitleg van Gods woord heel belangrijk: wat Hij door Zijn woord tot ons heeft te zeggen en hoe wij dat in ons eigen leven kunnen toepassen. De preek wordt één- en soms tweemaal onderbroken door het zingen van een psalm. Door deze onderbrekingen blijft er de aandacht van de mensen bij de preek. De psalmen sluiten aan bij wat er in de preek wordt overdacht.

Dankgebed

Na de preek volgt het dankgebed. In het dankgebed wordt God gedankt voor het woord dat Hij gaf, voor de uitleg en voor de krachten die Hij de predikant of ouderling heeft geschonken om zijn werk te doen. Ook wordt God gevraagd of Hij Zijn woord wil zegenen.

Slotzang

Vervolgens wordt een afsluitende psalm gezongen.

Zegengroet

Ten slotte volgt de zegengroet. Deze wordt aangekondigd met “Gaat heen in vrede en draagt met u de zegen des Heeren” of met “Verheft uw harten tot God en ontvangt de zegen des Heeren”.
Daarna gaat de hele gemeente staan en spreekt de predikant de zegen uit, waarbij gebeden wordt om de genade van de Heilige Geest. Daarom zal de predikant zijn handen ook zegenend uitbreiden over de gemeente.
In het geval van een gehouden leesdienst gebruikt de ouderling de zegenbede uit het laatste vers van het gezang, achter in het Psalmboek, de Avondzang.

Weggaan van de kerkenraad en uitleidend orgelspel

Aan het eind van de dienst verlaat de kerkenraad als eerste de kerkzaal. Als het orgel begint te spelen verlaten ook de overige aanwezigen de kerk.